Heb je een idee? Maak het dan! – De Maker Movement

In Engeland ontstond in de 19e eeuw een beweging van kunstenaars en ambachtslieden die zich verzetten tegen de industrialisering. Deze ‘Arts and crafts movement’ wilde weer mooie, handgemaakte spullen in plaats van massaproductie uit fabrieken. Ruim een eeuw later is er een nieuwe beweging die ook weer staat voor handgemaakte en ambachtelijke producten. Maar anno 2017 komen daar moderne technieken bij, zoals mini computers en 3d-printers. In dit artikel kijken we naar de maker movement.

Lasersnijders, zaagmachines en goedkope mini computers zoals de Raspberry Pi, dat zijn de materialen waar moderne makers mee werken. Heb je een idee? Maak het dan! Dat zou het motto van de maker movement kunnen zijn. Inventiviteit, creativiteit en vindingrijkheid zijn daarbij sleutelwoorden. Het resultaat kan van alles zijn; van een zelfgebouwde robot of 3d geprinte beelden tot zelf gemaakt servies of een houten auto op schaal.

Belangrijke aspecten van de maker movement is interactie tussen de makers en een gevoel van gemeenschap. Via social media, zoals Instagram (#makermovement), houden makers van over de hele wereld contact met elkaar. Makers delen hun ideeën en ontwerpen of bouwen samen aan nieuwe creaties. Soms krijgen ze daarbij hulp van experts, maar het is vooral de bedoeling om zelf aan de slag te gaan en te leren door te doen.

Er wordt wel geopperd dat de ontwikkeling van de maker movement zal leiden tot een revolutie in onze economie. In de toekomst zou je dan bijvoorbeeld geen kant en klaar product meer kopen, maar het ontwerp zoeken op internet en het zelf kunnen maken.

De makerspace
Natuurlijk hebben de meeste mensen geen 3d printer of lasersnijder in huis, daarom kunnen makers aan de slag in zogenaamde makerspaces. Dit zijn speciaal hiervoor ingerichte werkplaatsen, labs of studio’s die meestal gratis toegankelijk zijn. De makerspace wordt een gemeenschapsplek, waar mensen samenwerken, elkaar ontmoeten en ideeën delen.

Een voorbeeld van zo’n makerspace staat in Rotterdam: De Bouwkeet. Deze werkplaats richt zich vooral op jongeren tussen de 10 en 15 jaar, maar iedereen is er welkom. Er staan allerlei apparaten, van lasersnijders tot houtbewerkingsgereedschap, en een technisch team staat klaar om makers te assisteren. De Bouwkeet organiseert iedere week workshops, bijvoorbeeld over keramiek of programmeren.

Andere voorbeelden van makerspaces in Nederland zijn De Ontdekfabriek in Eindhoven waar kinderen technische proeven kunnen doen en zelf dingen kunnen maken en het FabLab van Waag Society in Amsterdam, waar makers machines kunnen huren om mee aan de slag te gaan.

Soms krijgen makerspaces een plek in bestaande cultuurinstellingen, bijvoorbeeld bij musea en bibliotheken. Dit verbindt de maker gemeenschap met de culturele organisatie waardoor een nieuw publiek kan worden bereikt.  Veel musea willen een dynamische leeromgeving bieden en daar past een makerspace goed bij. Door zelf aan de slag te gaan komen bezoekers op een andere manier in aanraking met de collectie. CODA in Apeldoorn heeft bijvoorbeeld een Fablab waar bezoekers aan de slag kunnen met 3d printers, lasersnijders en 3d printpennen. CODA noemt dit: ‘De ideale leeromgeving voor jong en oud waar kunst en techniek samenkomen’.

In mei 2017 vindt in Enschede het Maker Festival Twente plaats, georganiseerd door Museum Twentse Welle en Tetem. Dit festival biedt ruimte aan  kunstenaars, ambachtslieden, wetenschappers en andere makers. Twentse Welle en Tetem willen hiermee een broedplaats en ontmoetingsplaats zijn voor makers en bovendien kennisdeling stimuleren.

Er is in Nederland zelfs een MakerMuseum in oprichting dat zich wil gaan wijden aan de maakindustrie: ‘De maker movement staat voor een andere economie, een andere manier van samenwerken. Het staat ook voor ander onderwijs, dat bijvoorbeeld meer ruimte biedt voor doen, voor ontdekken, creativiteit, ondernemerschap, solidariteit en individuele groei. Wij willen daar met het MakerMuseum een zo groot mogelijk bijdrage aan leveren.’

Ook sommige bibliotheken bieden ruimte aan de maker movement. Zo hebben De Bibliotheek Veenendaal en de Bibliotheek van Zeeland een eigen Fablab dat vrij toegankelijk is en waar ook workshops worden georganiseerd. Er wordt een bijdrage gevraagd voor materiaalgebruik. Andere bibliotheken hebben geen eigen makerspace, maar bieden wel workshops aan op dit gebied. Zo konden bezoekers van de Bibliotheek Utrecht in afgelopen schoolvakanties met een 3d print pen aan de gang. Het doel van deze fablabs en workshops is om ‘spelenderwijs kennis te maken met digitale fabricage’.

De kernbegrippen die bij al deze maker-activiteiten terugkomen zijn delen, leren door te doen, moderne technieken, elkaar ontmoeten en samenwerken. Deze waarden deelt de maker movement met veel culturele instellingen. Voeg daar ruimte voor inventiviteit en creativiteit aan toe en het resultaat is een verrijking voor alle partijen.

Foto: Conrad / Maker Festival Twente

, , , , , , , , , , , , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie