Follow Up: Ricciotti Ensemble – Zakelijk Leider & Marketing- & Communicatiemedewerker

Ergens in een zijstraat van het Leidseplein, verstopt op een zolderkamertje van een groot verzamelpand, zitten vier mensen tussen studentikoze banken, een pentri en een dakraam achter computers. Dit is het epicentrum van misschien wel ’s lands meest rock ’n roll ensemble: het Ricciotti (spreek uit: Ritsiotti).

Alexander Buskermolen

Buiten is het stralend weer, en binnen onder het dakraam wordt hard gewerkt. Tourmanager Rosa de Bruin is druk in overleg met dirigent en artistiek leider Leonard Evers, en ik word ondertussen voorzien van een mok water en naar het dakterras gedirigeerd door zakelijk leider Alexander Buskermolen en marketing- & communicatiemedewerker Marissa Jalink. Deze vier vormen samen met Geert Rubingh, de assistent artistiek leider, de staf van het Ricciotti Ensemble.

     Het Ricciotti DNA

Even een paar leuke quotes van oud-leden: ‘door Ricciotti leer je waarom muziek bestaat’, ‘dat muziek de beste manier van communiceren is’, ‘je leert vrij denken’, ‘je leert wat muziek werkelijk kan betekenen voor mensen’. Mooi he?

Marissa Jalink

Alexander: ‘Ja. We horen dat soort dingen veel van onze leden. Ze leren hier dingen die op school niet aan bod komen. Op het conservatorium word je opgeleid tot professioneel muzikant, maar dat beroep sterft in die klassieke vorm een beetje uit. Er worden steeds meer competenties verwacht, je moet veel meer kunnen dan alleen een bepaald technisch en muzikaal niveau behalen. In toenemende mate zien we dat persoonlijkheid en eigen initiatief cruciaal zijn voor succes. Daar zijn we bij het Ricciotti heel erg mee bezig. Het podium is letterlijk een drempel en schept een afstand tussen muzikanten en publiek. Wij komen letterlijk en figuurlijk dichtbij. We maken cross-overs, werken samen met andere disciplines, en doordat we nooit op ‘normale’ locaties spelen, leren onze leden echt contact te maken met het publiek.’

Marissa: ‘Onze leden staan echt tussen de mensen. Ik zit hier te spelen en jij staat gewoon pal naast mij te luisteren. Dat zorgt voor hele bijzondere momenten.’

Het Ricciotti Ensemble werd in 1970 opgericht onder het motto ‘Kunst de straat op’. Ze gaven overal straatconcerten die in die beginperiode ‘acties’ werden genoemd. Inmiddels speelt het Ricciotti overal, behalve op plekken die voor concerten bedoeld zijn. Ze komen in tehuizen en gevangenissen en zoeken mensen op die niet of nauwelijks met klassieke muziek in aanraking komen. Ze werken samen met choreografen, game-designers, mensen die met bewegingssensoren en een synthesizer weird shit maken. Ze creëren belevingen en performances voor hun publiek en reizen de hele wereld over om mensen muziek van dichtbij te laten ervaren.

A: ‘Het Ricciotti heeft een unieke energie. Je kunt niet anders dan blij zijn en geraakt worden als je ze ziet spelen. Ons DNA is zo krachtig, zelfs met een half nieuw orkest blijft het overeind en denkt het publiek dat we al jaren in die formatie samen spelen. Alle leden zetten hun vrije tijd in om ongeveer 42 dagen per jaar het orkest mogelijk te maken, waarvoor ze zelf ook nog een duit in het zakje doen. Ik zorg ervoor dat in die 42 dagen per jaar alles wat we willen financieel mogelijk is. Geen plan of idee is te gek, en op die manier gaan we nu ook naar Cuba.’

En dat is nog nooit een ensemble uit Nederland gelukt.

A: ‘Klopt.’

Een fantastisch verhaal om te vertellen, lijkt me.

M: ‘Klopt. Ik vertel het liefst mooie verhalen, en het Ricciotti is zo’n mooi verhaal. Mijn doel is om alle bijzondere ervaringen van het Ricciotti aan een breed publiek te vertellen, en zo te zorgen dat steeds meer mensen ons leren kennen. Want hoe meer mensen van ons bestaan weten, hoe meer geld er is, en met meer geld én bekendheid kunnen we naar nog meer plekken die anders niet zo makkelijk te bereiken zouden zijn. Het is bijvoorbeeld echt heel lastig om in een gevangenis op te treden. Meer naamsbekendheid maakt dat makkelijker.’

Jij vond deze baan via Culturele vacatures.

M: ‘Ja. Precies een jaar geleden. Ik volg de nieuwsbrief van Culturele vacatures. Ik ben freelancer en was niet op zoek naar een vaste baan, maar ik vond deze vacature echt te gek klinken. De hele omschrijving van het orkest, wat ze doen. Ik zing zelf in een koor, en we hadden toen net opgetreden in een ziekenhuis. Daar lag een jongen die bijna verlamd was geraakt, en toen wij gingen zingen, kwam hij uit zijn bed en ging staan dansen. Hij zei: ‘ik had bijna een dwarslaesie en nu sta ik gewoon te dansen!’ Dat heeft me zo geraakt. Ik heb dat verhaal in mijn sollicitatiebrief verteld. Toen ik binnenkwam op dat zolderkamertje voor mijn sollicitatiegesprek dacht ik ja, dit is precies wat ik leuk vind. Die rommelige sfeer, ongedwongen, heerlijk.’

A: ‘Toen ik net zakelijk leider was deed ik naast de bedrijfsvoering en financiën ook de marketing. Het is heel fijn dat Marissa er nu is en daar volle aandacht voor heeft. Mede daardoor had ik tijd om te zorgen dat we naar Cuba kunnen.’

Want hoe kom jij hier terecht?

A: ‘Via Facebook werd deze vacature van jullie site gedeeld. Ik ben pianist en heb een muziekproductiebedrijf gehad, en ik heb veel vrienden in de culturele sector. Ik merkte dat ik iets te sociaal ben om elke dag alleen aan het werk te zijn. Dit kwam precies op het goede moment op mijn pad. Het is voor mij echt een baan waarin mijn maatschappelijke betrokkenheid samenkomt met muziek. We zijn een orkest met maatschappelijke impact, we staan op de stoep, in de aula, je maakt echt een verschil en raakt mensen.’

       Nog even over Cuba

Wat een te gek en ambitieus plan.

A: ‘Het heeft me bijna een jaar gekost om het van de grond te krijgen. Er was te weinig geld waardoor het in eerste instantie niet zou gaan lukken, maar ik heb een ander plan bedacht en nu is het geld er toch. Cuba is lastig, het ligt gevoelig. Geen enkel bedrijf wilde aanhaken om ons te sponsoren. Zakendoen met Cuba gaat vaak een beetje onder de radar en veel bedrijven vonden het tricky om hun naam op ons sponsormateriaal te drukken.’

Campagnefoto van de Cuba-trip met Ramon Vallee

Waarom willen jullie zo graag naar Cuba?

A: ‘De artistiek egoïstische reden is dat we heel graag met Ramón Valle, een Cubaans-Nederlandse jazzpianist, willen samenwerken. Een te gekke communicatieve muzikant. Hij is geboren op Cuba, woont inmiddels in Amsterdam en speelt van de zomer met ons in Nederland. Voor ons is het dan niet meer dan logisch dat we ook naar Cuba gaan om iets terug te geven. Anderzijds zoeken we graag de schaduw op van de maatschappelijke focus, en doen we graag dingen die misschien te ambitieus of onmogelijk lijken. Wij worden extra nieuwsgierig als we zien hee, daar gebeurt van alles, laten we erheen gaan om te laten zien dat de mensen niet vergeten worden. Die verdienen aandacht, los van wat voor geopolitieke situaties ook. We worden echt met open armen ontvangen door de beide ambassades en gaan samenwerkingen aan met maatschappelijke partners. We hopen zo ook een beetje de weg vrij te maken voor meerdere initiatieven.’

En dat is typisch Ricciotti. Dingen doen die eigenlijk niet kunnen, spelen op plekken waar nooit iemand speelt, reizen maken die te groot en te ver lijken voor een ensemble als dit, soms vijf of meer optredens doen per dag en echt contact maken met iedereen die komt kijken. Waar andere ensembles urenlang voorbereiden, zich opstellen in concertzalen en wachten tot de mensen op hun vooraf aangegeven plaats gaan zitten, kan het Ricciotti met 1.30 minuut uit de bus speelklaar zijn om nietsvermoedende mensen op een plein te verrassen met hun muziek. Rock ’n roll dus, als je het ons vraagt. Nieuwsgierig geworden? Ze toeren met jazzpianist Ramón Vallee door Nederland van 7 t/m 19 augustus, en – mocht je daar toevallig zijn – door Cuba van 10 t/m 18 november. Wil je nu meteen meer van het Ricciotti zien? Er zijn meerdere documentaires over ze gemaakt (o.a. Wild op Klassiek en United by Music) en er staan talloze filmpjes op YouTube.

Zoek je ook een baan bij een orkest? Hier vind je ons actuele aanbod.

Tekst: Rosa Scholtens

, , , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie